vrijdag 29 april 2011

Agnes Obel - Philharmonics (2011)

Over 'Philharmonics' hangt de mysterieuze, ietwat sinistere stilte die we spontaan met onmetelijke Scandinavische naaldwouden associëren. Met alleen de meest essentiële ingrediënten - stem, piano en een occasionele harp ('Beast') of cello (in 'Brother Sparrow' , dat van Elliott Smith had kunnen zijn) - vertaalt Obel die bedrieglijke rust in prachtige ingetogen liedjes. Liedjes die zo uitgepuurd klinken dat de minste versnelling of stembuiging, of zelfs gewoon maar die paar seconden stilte in 'On Powdered Ground' , al drama suggereren. Ook in ogenschijnlijk idyllische songs als de dromerige single 'Riverside' laat ze op die manieronrust binnensijpelen.
Telkens wanneer de schaduwen de overhand dreigen te krijgen, tovert Obel verrassende lichtvlekjes te voorschijn:'Just So' opent zowaar met 'Black turns beamy bright' - heel wat anders dan die 'Guess who died last night' van de Soap & Skin -achtige titeltrack. Bovendien stuurt ze haar John Cale -bewerking 'Close Watch' onverwachts een andere, hoopvolle richting uit, terwijl 'Louretta' dapper door de balzaal van The Overlook Hotel uit 'The Shining' walst, en we een hese Cat Power horen in het refrein dat het poppy'Avenue' doet opbloeien.
(Bron : Humo)

0 reacties:

Een reactie plaatsen